loading ...

Primaire reserve


Het primaire reservevermogen is het vermogen dat onder regie van de primaire regeling wordt geactiveerd.

De primaire regeling is een op productiemiddelen > 5 MW verplichte, lokaal uitgevoerde automatische inrichting, die binnen maximaal 30 seconden zorgt voor een constante verhouding tussen frequentie­verandering en productie(vermogens)-verandering. 

Context

  • De eisen voor de primaire reserve en het leveren van de primaire regelbijdrage zijn vastgelegd in de Systeemcode.
  • Voor de instellingen van de primaire regelingen op de productiemiddelen gelden de waarden in het document UCTE-afspraken.
  • Binnen de UCTE worden de TSO's in overeenstemming met UCTE-policies aansprakelijk gehouden voor de kwaliteit van de primaire regelbijdragen na verstoringen: elke TSO analyseert en rapporteert de kwaliteit van de eigen primaire reactie na een Europese verstoring groter dan 1000 MW.                          

Vergoeding primaire reserve

Het aanhouden van primaire reserve en het leveren van de primaire regelbijdrage wordt niet vergoed.

Toelichting

Het doel van de primaire reserve is frequentieverstoringen in het gehele (internationaal) gekoppelde hoogspanningsnet te stabiliseren, ongeacht de oorzaak en locatie van de verstoringen. Ernstige frequentieverstoringen kunnen leiden tot automatische belastingafschakeling en in het ergste geval een black-out veroorzaken.

De minimaal vereiste omvang van primaire bijdragen van elk regelgebied worden jaarlijks binnen ENTSO-E Region Continental Europe (voormalig UCTE) afgesproken. De waarden zijn in verhouding met de omvang van de totale productie in de regelgebieden van de TSO's. Voor 2011 is de frequentieconstante voor Nederland vastgesteld op 1106 MW/Hz. Dat is 4,2% van de frequentieconstante voor het gehele synchroon gekoppelde Europese hoogspanningsnet.

Dit betekent dat een Nederlandse bijdrage van circa 42 MW wordt verwacht bij een storing van 1000 MW ergens op het vasteland in Europa. Er wordt echter rekening gehouden met een maximale uitval van 3000 MW. In combinatie met het percentage van 4,2% betekent dit dat in Nederland op elk moment een primaire reservecapaciteit van circa 125 MW aanwezig moet zijn in beide regelrichtingen.
 

JaarAandeel in productie UCTE (%)Minimale primaire reserve (MW)

2010


2011

3,9

4,2

116

125



Deze Nederlandse gegevens voor 2010 en 2011 zijn naar rato berekend op basis van de totaal bekende Nederlandse elektrische energieproductie (bronnen: CBS en TenneT) in resp. 2008 en 2009. 





TenneT Holding B.V.